Sudden death
Wat zeg je tegen iemand waarvan je weet, dat die persoon binnen een aanzienlijke tijd gaat sterven? Ik zucht diep, haal me schouders op en probeer verder te schrijven in de hoop een antwoord te vinden op deze vraag. Eén van mijn mede-inspirators heeft nog niet zo lang geleden een stuk gewijd aan datgene waar velen niet over na willen en kunnen denken, onze eigen uitvaart. Gebiologeerd heb ik dit stukje schrijven gelezen, met een groot gevoel van herkenbaarheid en verrukking dat iemand gewaagd heeft hierover te schrijven. Het hoort immers ontzettend bij het leven. De dood…Intussen twijfel ik nog steeds, of eerlijk gezegd heb ik er nog geen antwoord op, terwijl ik wel al afscheid heb genomen.
Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, carpe diem….allemaal cliche uitspraken, waaraan we onszelf tijdens dit aardse bestaan toch erg vaak aan herinneren. En met carpe diem heb ik gewoon iets…..waarschijnlijk omdat dat het enige Latijnse is, dat ik heb onthouden naast ‘marcus en cornelia in hortum est’ van 5 jaar bloed zweet en tranenlatijn! Inmiddels staart het beeldscherm nog steeds terug naar mij, omdat ik eigenlijk gewoon niet weet wat ik op papier moet zetten, maar tegelijkertijd ook zo graag mijn gevoel en onbegrip wil delen. Ik heb dus nog steeds niet het antwoord op mijn eigen vraag, maar heb mezelf toch moet forceren iets zinnigs terug te zeggen, dus zei ik dat ook zij goed op zichzelf moest passen, gaf haar een intense knuffel, een kus op haar voorhoofd, slikte mijn tranen weg en liep met een gemixt gevoel weg. Mijzelf er heilig van proberend te overtuigen, dat dit niet de laatste keer kon zijn dat ik haar in levende lijve zou zien. Er moet iets zijn wat haar beter kan maken en ik weiger er gewoon genoegen mee te nemen, dat haar leven over is…..over een hele korte tijd.
Dat als je niet wilt sterven, je nooit geboren had moeten worden…
….Maar het onvermijdelijke gaat toch gebeuren, ze gaat dood, te jong, totaal nog niet uitgeleefd, maar het zij zo. Ik lig op de grond en probeer mezelf in haar situatie te verplaatsen, wat natuurlijk helemaal niet gaat, maar toch wil ik het proberen. Er heerst bij mij gelijk een gevoel van boosheid en wrok naar de ‘levenden’ om mij heen. Kom op jongens, we zijn niet gek, we gaan allemaal dood….en aan het graf van mijn tante sprak één van die kakkerlakken (zoals mijn oom de ‘ceremoniemeester’ van de dood liefkozend noemt vanwege zijn lange zwarte pandjesjas). Dat als je niet wilt sterven, je nooit geboren had moeten worden. So blijkbaar worden alleen diegenen van ons geboren, die het aan kunnen om ook te sterven. Dat vind ik wel een mooie gedachte en het geeft me een gevoel van geborgenheid, dat ik er ooit klaar voor ben om te sterven. Maar hoe kan het zo zijn, dat je bewust weet wanneer dat moment aan breekt. Het grote gevoel van onbewust zijn rondom het moment waarop je zo plots als je gekomen bent, waarschijnlijk ook zo plots deze aarde weer verlaat, is vreselijk bewust geworden.
Je word ineens geforceerd, tegen wil en dank in, na te denken over al datgene wat je moet regelen als je komt te overlijden….want shit, ook daar heerst er bureaucratie en je moet bepalen hoe jouw uitvaartfeestje eruit gaat zien. Een zege of een straf? Ik stop, dit is alweer te ver gegaan, ik heb een knoop in mijn maag en wil niet meer verder nadenken hierover, maar ik doe het toch. Ik kom niet tot een antwoord, maar besluit dat het voor mij een ‘zou jij abortus plegen’ vraagstuk is en beantwoord mezelf dan alleen met, ik zou het niet weten, totdat ik in de positie zou verkeren.
Ik sta op, herpak mezelf, bel één van mijn prinsessen op en vind troost in haar ondersteunende woorden, omdat ze het zelf mee heeft gemaakt met haar schoonvader.
Ik had op de dag van het afscheid geen goed antwoord op mijn vraag en zal dat ook nooit hebben. Ik kan slechts ‘er zijn’ en mijn laatste eer bewezen en haar gelukkig prijzen, dat ze in haar laatste dagen omringd mag zijn door de mensen die haar het meest dierbaar zijn. En dan vind ik berusting in een oud stukje van Dali. ‘’ Elk afscheid is de geboorte van een herinnering’’.
Liefs, Jade


